Graag wil ik (Illja) vertellen wat ik zondag 22 september 2002 heb beleefd.
's Morgensvroeg, het was denk ik 10 over 7, werd ik al in de reismand gestopt. Ik zag dat Febe een bordje met lekkere brokjes kreeg. Gemeen he? Toen moest ik dus mee in de auto.
We gingen naar Nijmegen-Dukenburg. Daar is een sporthal, de Jan Massinkhal.
Het baasje en vrouwtje namen me daar mee naar binnen.
Bij binnenkomst kom je bij twee tafels met bordjes erop A - K en M - Z. Wij moesten rechts gaan staan. Daar kreeg de baas een envelop met het nummer van de kooi erop. Ik scheen mee te doen in de klasse 3 tot 6 maanden.
De naam die op de envelop stond was Illja…… Die domme baas en vrouwtje hadden vergeten om mijn achternaam (van Gulonck) op het aanmeldingsformulier te zetten. Ze zeiden dat ze dat niet wisten. Hadden ze maar aan mij moeten vragen.
Daarna liepen ze een kleedkamer in. Daar zaten dierenartsen. Die keken of je geen enge ziektes en zo had. Want dan mocht je niet verder. Gelukkig had de baas het inentingsboekje bij en had ik de juiste spuiten gehad. Ik mocht dus door. Via een gangetje kwam je in de sporthal zelf.
Daar stonden allemaal tafels met kooien opgesteld, telkens in vierkanten. Wij moesten naar vak M, kooi 473. De baas is gordijntjes gaan huren. Die moesten aan de zijkant van de kooi, zodat ik mijn buren niet kon zien. Niet dat die er al zo vroeg waren. Alleen helemaal op het einde van de rij zat er een bruin poesje, helemaal weggedoken in een raar mandje. Toen de baas die gordijntjes in de kooi had gehangen, mocht ik eindelijk echt uit de reismand. Tenminste, dat dacht ik. Toen moest ik in dat kooitje. Maar de baas was toch wel lief voor me: hij heeft een mooi kussen voor me gekocht. Met van die tijgerstrepen erop. En lekker zacht, heerlijk!
Alleen legt die sufferd het op een  bult in mijn kooi. Pas toen hij het netjes plat legde, ging ik erop liggen. Tja, je moet laten zien dat ze niet met je moeten spotten.
Rond half 10 werden er vanaf een podium namen omgeroepen. Het waren de namen van de keurmeesters met de vermelding van het ras dat ze keuren. Een mevrouw keurt de Burmezen.
Op een gegeven moment komt een van de stewards, dat is iemand in een witte jas die schijnbaar bij de tentoonstelling hoort, met een papiertje naar mijn kooi.
Het was een jochie van een jaar of 8. Hij riep: "Nummer 473 moet over een minuut naar de keuringsruimte komen". Hij zag dat mijn baas overeind sprong en gaf hem het papiertje. Toen hij merkte dat het de eerste keer voor ons was, bleef hij netjes staan wachten tot ik uit de kooi was en mee kon. Hij liep voor ons uit, baasje met mij op de arm en vrouwtje er achteraan. Toen we bij de keurmeester aan kwamen zei die echter: "Dat is niet de goede kat, ik verwacht een Oosters korthaar". En gelijk wees ze naar mij en maakte met haar vingers/hand een beweging van: weg, weg, weg jij. Toen heb ik, heel stout, met mijn poot naar die vingers geslagen. Eigenlijk mag dat natuurlijk niet, maar ik heb haar toch geraakt. Enne… achteraf moesten baas en vrouwtje wel lachen dat ik dat gedaan had.
Gelukkig hoefde ik niet meer terug naar die mevrouw. Wat bleek er aan de hand te zijn. Ze kon nog niet eens schrijven. In plaats van 673 had ze 473 geschreven. Dat jochie had toen inderdaad, helemaal goed, mij laten halen. Hij vond het heel vervelend en is later nog een keer terug geweest om dat nog eens extra te zeggen. Toch wel lief van hem.
Een poos later was het dan wel echt zover. Nu was het een volwassen man die ons kwam halen. Even snel nog checken of mijn ogen en oortjes schoon zijn en daar gingen we weer.
Toen we, nu wel, bij de keurmeester van de Burmezen aankwamen zette de baas mij op haar tafeltje. Ik vind het niet echt leuk om door zo'n keurmeester zo bekeken te worden. Daarom brom ik maar eens naar haar. Haar pen vind ik wel interessant. Ze schrijft van alles op. Het blijkt dat je dat papiertje aan het eind van de dag krijgt. Daarna gingen we terug naar ons plaatsje.
Gelukkig heeft de baas me wel af en toe uit de kooi gehaald. Dan stonden er ineens een heleboel mensen om mij heen. Allemaal willen ze me dan aaien. Er zijn ook veel kindjes die mij leuk vinden. Tegen hen doe ik wel lief. Dat zijn tenslotte geen keurmeesters.
Tegen kwart voor 7 's avonds gaat de baas de spullen bij elkaar zoeken.
Hij gaat dan ook de gehuurde gordijntjes terugbrengen. Maar dan kan ik mijn buren dus wel zien. Ha, ha. En dan laat ik even zien dat ik groot ben. Ik kan een hele dikke staart maken en een hoge rug. Want ik vind het geen mooie katten. Hoe durven ze me naast hen te zetten. Uiteindelijk stopt het baasje mij maar in de nieuwe reismand die hij voor mij heeft gekocht. Leuk: onder donkergrijs, boven lichtgrijs. En dat  nieuwe tijgerkussen past daar heel leuk in.
Toen werden de keuringsrapporten uitgedeeld. Er zat een oorkonde met een lintje aan. Daarop stond "uitmuntend". Ik bleek tweede te zijn in mijn klasse. De beste had een ronder kopje dan ik.
In de auto haalt de baas mij uit de reismand. Hij doet mij het tuigje met de band om. Hij vond het, denk ik, een beetje zielig dat ik weer opgesloten zou moeten zitten. Thuisgekomen heb ik nog even met Febe gespeeld en toen ook gauw haar bordje leeg gegeten, want het is jammer om het laatste beetje te laten liggen. Daarna ben ik gaan slapen. Het was met het dagje wel.
Showtime: